Maud Vanhauwaert

Maud Vanhauwaert is a writer and theatre performer. Her first poetry album, Ik ben mogelijk (I am possible), was awarded the Vrouw Debuut Prijs for female debuts. Her second book, Wij zijn evenwijdig (We are parallels), can be read as a poetry collection, as a meandering story, or as a compilation of sad jokes. It was awarded the Herman de Coninck Public Prize and the Hughues C. Pernath Prize. Maud examines creative ways to bring poetry on stage. She has performed in different countries, won the Frappant TXT competition and was a finalist in the poetry slam world championships and in the prestigious Leids Cabaret Festival. Maud obtained a master's degree in Literature and Linguistics at the University of Antwerp and another at the Theatre Academy of Antwerp, where she currently teaches.

www.maudvanhauwaert.be

Photo: Noortje Palmers

Events

In Performance »

From Belgium, New Zealand and Germany, three exciting voices launch out across boundaries

Sat 10 March | 15:30 - 16:30 | £5.50/£4.50 | The Byre Theatre, Abbey Street, Studio Theatre

Breakfast at the Poetry Café: Translation »

Poets and translators discuss the pleasure, potential and problems of translation

Sun 11 March | 10:00 - 11:00 | £4.75/£3.75 | The Byre Theatre, Abbey Street, Studio Theatre

Poetry on the Street Corner »

Catch a glimpse of our poets taking poetry for a walk this afternoon

Sat 10 March | 12:00 - 16:00 | FREE | Around the festival and around St Andrews

Poem

The Sound System

I recently attended a woman’s funeral and afterwards met her husband, who told me that he’d been so terribly upset about the sound system. At first I didn’t know what he meant, but later I worked it out and if I think back on it now, I’m convinced that was the saddest thing of all, the way the sound system.

Her lying there, the church packed, lots and lots of flowers,
and the way the sound system.

Her lying there, the church packed,
even though she’d never been religious,
someone had come all the way from Germany – as I heard later,
the neatly-ironed trousers,
her son had even bought new shoes for the occasion,
lots and lots of flowers,
and the way the sound system.

Her lying there, the church packed, lots and lots of flowers,
the cards, a whole basket full,
her having drawn people in from all over, because she was far too young,
with her daughters, and her son, and her husband, now alone,
her lying there, still and straight, with me at the back of the church – never having known her,
and the way the sound system.

Her lying there, the church packed, lots and lots of flowers,
the aisles full, and the incense,
with the priest swinging the censer,
and saying that like the incense
she would now spiral up to heaven.

        And me thinking: heavenward spiralling incense
        really is the worst possible metaphor
        for a dead mother.


Everyone thinking: what if my mother ever,
what if one day you, with the church packed, lots and lots of flowers,
then at least let’s hope the sound system.

The months of her choosing appropriate music – I heard that later,
the trousers, the flowers, the cards, a portrait on her coffin,
me at the back of the church,
and I thought: death is inevitable, that’s neither here nor there,
but surely there must have been some way the sound system!

Me driving home and unable to think of anything except:
if my mother ever, if you ever, with the church packed, with lots and lots of flowers, I will guarantee
there will be no way the sound system is anything less than.

Perfect.

Maud Vanhauwert, tr. David Colmer

 

De Geluidsinstallatie

Ik was onlangs op de begrafenis van een vrouw en nadien ontmoette ik haar man, en die zei mij dat hij het zo verschrikkelijk vond van de geluidsinstallatie. Ik wist eerst niet goed wat hij bedoelde, maar later begreep ik het, en als ik er nu aan terugdenk, dan geloof ik dat dat nog het allerdroevigste was: dat de geluidsinstallatie.

Dat zij daar lag, dat de kerk vol, dat er heel veel bloemen,
en dat de geluidsinstallatie.

Dat zij daar lag, dat de kerk vol,
ook al was zij nooit gelovig geweest,
dat er iemand was die speciaal uit Duitsland – dat hoorde ik later,
dat de broeken netjes gestreken,
dat haar zoon voor de gelegenheid zelfs nieuwe schoenen,
dat er heel veel bloemen,
en dat de geluidsinstallatie.

Dat zij daar lag, dat de kerk vol, dat er heel veel bloemen,
dat er kaartjes, een hele mand vol,
dat zij van overal mensen, dat zij nog veel te jong,
dat haar dochters, dat haar zoon, dat haar man, alleen nu,
dat zij daar lag, stil en gestrekt, dat ik achteraan in de kerk – ik had haar nooit gekend,
en dat de geluidsinstallatie.

Dat zij daar lag, dat de kerk vol, dat er heel veel bloemen,
dat de zijbeuken vol, dat er wierook,
dat de priester ermee zwaaide,
dat hij zei dat zij nu net zoals die wierook
naar de hemel zou kringelen.

        Dat ik dacht: naar de hemel kringelende wierook
        is werkelijk de slechtste metafoor
        voor een overleden moeder.


Dat iedereen dacht: wat als mijn moeder ooit,
wat als jij ooit, als de kerk vol, dat als er heel veel bloemen,
dat dan op zijn minst de geluidsinstallatie.

Dat zij nog maandenlang naar de passende muziek – dat hoorde ik later,
dat de broeken, dat de bloemen, dat de kaartjes, dat op haar kist een portret,
dat ik achteraan in de kerk,
en dat ik dacht: dat wij de dood niet, tot daar aan toe,
maar dat wij niet eens de geluidsinstallatie!

Dat ik naar huis reed en dat dat het enige was waar ik nog aan dacht:
dat als mijn moeder ooit, dat als jij ooit, dat als de kerk vol, dat als er heel veel bloemen, dat ik zal zorgen
dat op zijn minst de geluidsinstallatie prima.

Perfect.

Maud Vanhauwert